21-01-13

Vampire Temple of Atazoth

shield_spto_bewerkt-1.jpg

goddess-kali-paintings-i19.jpg

 

De Psychische Vampiers Gisteren en Nu

 

Om de leer van de Ondoden, en “Hen Die Zijn Opgeheven of Verrezen” beter te begrijpen, daar we absoluut geen geloof hechten aan religieuze en dogmatische bedenkingen, zoals hel, vagevuur en hemel, en wat de godsdiensten de mensen altijd hebben opgepompt, moeten wij enkele van onze standpunten een verklaring bezorgen, en die vinden wij in de diepte psychologie van Carl Gustav Jung. Ondertussen, blijft in de koptekst geplaatste opmerking altijd waar:

 

Wat wij nu zullen bespreken hoort bij de “Complexe Psychologie” van Jung’s zeer ingewikkelde theorieën, toch hedendaags algemeen aanvaardt. Carl Gustav Jung was een Zwitsers psycholoog, die als zoon van een Calvinistisch predikant in 1875 geboren werd. Gedurende zijn gehele leven interesseerde hij zich voor religieuze vraagstukken, voor occulte en paranormale fenomenen en voor het niet onderzochte gebied van het collectief onbewuste. Hij stierf in 1961.

 

Het nieuwe dat Jung heeft gebracht, ligt vooral vervat in zijn opvatting, ook de onze, wat het “onbewuste en het collectieve onbewuste” betreft, en bij hem zoals bij Dr. Roberto Assagioli veel meer gestructureerd is in vergelijking met de andere psychologen. Tevens wordt het onbewuste bij Jung niet meer uitsluitend van de negatieve zijde bekeken of met andere woorden niet langer als het ziek-makende opgevat. Bij Jung neemt het onbewuste de vorm van een creatieve kracht bij de mens zowel als bij de Vampier is vanzelfsprekend. Hij legt de nadruk op de positieve waarde van het onbewuste als inspirerende bron van het bewuste enerzijds en als mogelijkheid tot compensatie en tot herstel van het evenwicht in de persoonlijkheid anderzijds. Wanneer in het bewuste Vampirische gedachten de voorhand nemen, die de persoonlijkheid in haar geheel transformeert, dan kan ook het onbewuste een identieke invloed hebben.

 

Volgens Carl Gustav Jung is het onbewuste gestructureerd en bevat het verschillende lagen, namelijk het persoonlijke en het collectief onbewuste. Het “persoonlijk onbewuste” bestaat uit het voorbewuste en het eigenlijke onbewuste. Het voorbewuste bevat de associaties die de mens of de Vampier vrij gemakkelijk kan oproepen en de herinneringen die hij zonder veel moeite in het bewustzijn kan brengen.

 

De tweede laag van het persoonlijk onbewuste, het eigenlijke onbewuste, is het geheel van het vergeten en verdrongen inhouden. Hierin vinden wij dus de inhouden terug die door het mechanisme der verdringing niet in het bewustzijn kunnen worden geroepen, tenzij door volhardende meditatie en psychische training.

 

Tenslotte, en hier komen we eigenlijk, onderscheidt Jung een nog diepere laag van het onbewuste, namelijk het “collectief onbewuste”. Dit zijn de inhouden die het individu niet gedurende zijn eigen bestaan verworven heeft, maar die zich in de menselijke ziel (het “Zelf”), ook van de Vampier, zoals ze verworven werden door het voorgeslacht en reïncarnaties. Als inhoud van dit collectief onbewuste ziet Jung vooreerst de “instincten” die gemeenschappelijk zijn aan het gehele geslacht, vervolgens de “archetypen” en tenslotte een diepste en niet onderzoekbare laag, een kern die niet bewust te maken is en waarin zich de neerslag bevindt van de ervaring van de voorvaderen.

 

“Archetypen” zijn oerbeelden van het menselijk handelen en van het bevattingsvermogen. Het zijn structuurelementen van het gemeenschappelijk onbewuste die bijvoorbeeld in de droom geactualiseerd kunnen worden. De mens en de Vampier kunnen de zichtbare en onzichtbare werelden ervaren met behulp van deze archetypische beelden die voorstellingen zijn waardoor de psychische oriëntatie van de mens wordt vergemakkelijkt, en die in alle documenten van de geschiedenis aller tijden en van de mensheid kunnen aangetroffen worden. Overal waar gelijkmatige en regelmatig terugkerende opvattingen voorkomen, hebben we te maken met “archetypen”, om het even of hun mythologische, legendarische, of godsdienstige karakter herkend wordt of niet.

 

Waar herinneringen kunnen gedefinieerd worden als persoonlijk beleefde, vervulde beelden uit het persoonlijk onbewuste, zijn archetypen onvervulde niet noodzakelijk door het individu persoonlijk ervaren beelden uit het “collectief onbewuste”. Archetypen treden niet in eigen vormen naar voor, maar wel door inmenging in de menselijke verlangens en gedragingen.

 

Een bewijs voor deze theorie van de archetypen meent Carl Gustav Jung te vinden in het feit dat de mythologische motieven en de droomsymbolen in de vele metafysische en religieuze voorstellingen overal ter wereld gelijkwaardig worden teruggevonden.

 

Het “symbool” bij Jung is totaal anders van het symbool bij Sigmund Freud. In de theorie van Freud is een symbool een begrip dat voor een begrip wordt gebruikt. Het dekt een concreet begrip dat doorgaans van seksuele aard is. Bij Jung echter is het symbool het zichtbaar geworden archetype. Symbolen zijn beelden die de complexe werkelijkheid weergeven. Voorbeelden van archetypen zijn: de ondode, de held, de heks, de vampier, het goddelijk kind, de moeder, de gestorven en opgestane godheid “Hen Die Zijn Opgeheven” (Verrezen), de heilandfiguur, en noem maar op.

 

Het onbewuste is volgens de psychologen Carl Gustav Jung en Roberto Assagioli zeer uitgebreid. Het bevat een enorme schat van grote waarde, die de neerslag vormt van het leven voor en na de dood van alle geslachten en die de bron is voor de nieuwe ontdekkingen van het brein (het mentaal). Alles heeft zijn begin in het brein, ook het ontstaan van de wereld godsdiensten.

 

Carl Gustav Jung heeft ook een eigen theorie ontwikkeld, verder opgebouwd door Roberto Assagioli, aangaande de structuur van de menselijke persoonlijkheid. Ze zien deze bouw als zeer complex.

 

In hoofdzaak bestaat de persoonlijkheid uit twee delen: het bewuste gedeelte en het onbewuste gedeelte. Het centrum van het bewuste is het “Ik”. Het centrum van het onbewuste is als het ware de schaduw van het “Ik”: het “Alter Ego”, het onbewuste “Ik”. Het “Ik” bevindt zich in het centrum van het bewustzijnsveld. Het “Alter  Ego” bevindt zich in het centrum van het veld van het onbewuste. Het ware centrum van de persoonlijkheid is dan ook het”Zelf, de Ziel”. Het “Zelf” is natuurlijk niet onmiddellijk door het bewustzijn te vatten, maar slecht uit te drukken in symbolen die het geheel van het bewuste en het onbewuste samenvatten, als bijvoorbeeld: de roos; het vuur; het juweel, de atman, de ondode, mandala, enz.

 

De pas geworden Vampier moet een proces van Vampirische individuatie ondergaan, “transformatie” dus. Dit is een psychisch rijping- en differentiëringsproces van het “Zelf” (de ziel); de verwezenlijking van het Zelf, die de Vampier leidt naar innerlijke duistere evenwichtigheid en naar de ontwikkeling van de individuele Vampirische psyche die van de menselijke psyche te onderscheiden is. Door transformatie wordt men van het menselijke gescheiden, als verzet tegen het alledaagse collectief denken, veelal door de vervalste en ethische onverantwoord religieuze opgelegde cultuur, in het denken zowel als in het voelen.

 

Vampirische transformatie geschiedt eigenlijk door twee bewegingen. Het “Ik” zal zich moeten vereenzelvigen met het “Zelf”(de Ziel), het subtiele in ons; en, het “Zelf” zal, hoewel deelachtig aan de diepste co-existentie, toch moeten komen tot de grootst mogelijke eigen en afzonderlijke ontwikkeling. In Vampieren romans wordt aangehaald dat de Vampier geen ziel “Het Zelf” heeft, en dat is totaal onjuist. Vampieren hebben een ziel en bloed in hun lichaam, eten en drinken.

 

Uitwendige moeilijkheden of beïnvloedingen, ook innerlijke conflicten kunnen de Vampirische transformatie tijdelijk belemmeren. Jung noemt in dat verband twee mechanismen, namelijk de “identificatie” en de “projectie” waar onregelmatigheden, kunnen voorkomen en ook vermeden worden. Zo kan het “Ik” zich identificeren met archetypen, bijvoorbeeld, “Ik ben een Vampier”. Identificatie van het “Ik” met het “persona” kan eveneens plaatsgrijpen. Het “persona” naar Jung is een soort beeld (projectie) van zichzelf dat men aan de buitenwereld voorspiegelt als werkelijkheid. Uw Vampirisme is niet een zaak van de buitenwereld, maar strikt persoonlijke, zoveel mogelijk enkel bekend onder de Vampieren. De menselijke individualiteit voor de Vampirische transformatie wordt opgeofferd ten voordele van de rol die men wil spelen als volwaardige Vampier.

 

Veel meer kan worden aangehaald, want alles is hier niet gezegd, toch voldoende om ongehinderd met “intentie” en psychologische ervaringsgronden verder te gaan. Elk mens, en niet enkel de Vampier kan zeggen, “Ik ben de Kracht, Ik ben de Glorie, Ik ben een andere God”; en, geen andere God de Vader ergens verstopt in de Kosmos.

 

De Transformatie en Geschiedenis

 

De term "transformatie" is de tijd van ontwaking die in de vampiergemeenschap wordt gebruikt, om de beginselen van de symptomen te doen ontwaken en te ontwikkelen bij de nieuwe vampier. De ontwaking vindt plaats op eender welke leeftijd, maar meestal tussen de 17de en 24ste levensjaar, verschillend van vampier tot vampier. Het kan ook voorkomen dat de ontwaking helemaal niet plaats vindt en de persoon zich er nooit bewust van is geweest wat hij of zij eigenlijk is.  De ontwaking gebeurd in vier fasen:

 

1.     Het verzamelen van informatie door lectuur, de media, er over praten daar de persoonlijke ervaringen kleine of grote ongewone gebeurtenissen.

 

2.     De geestelijke gesteldheid van de individu die anders dan de anderen gaat voelen.

 

3.     Verwarring met het gevolg de loochening.

 

4.     En, uiteindelijk, de aanvaarding.

 

De duur van de transformatie kan maanden duren waarbij met beetje bij beetje vooruitgang zien. Deze tijd gaat niet zonder moeite, men moet eraan werken, waarbij de enige oplossing meditatie is, en op de medemens gaan oefenen zonder dat zij er bewust van zijn.

 

Verhalen over vampiers zijn zo oud als de mens zelf, waarbij verhalen en legenden de wereld rond gaan.

 

In India kende men vampiergoden zoals de Godin Kali, vreeswekkende, bloeddorstige wezen, waarvan zij de meest bekende is.

 

Al zeshonderd jaar voor onze jaartelling kwam haar naam in oude geschriften voor, waarin haar scherpe hoektanden beschreven werden. De Godin Kali was zowel geliefd als gevreesd. Zij is de godin van ziekte, oorlog en dood. Om haar te vriend te houden, bracht men haar bloedoffers, meestal geiten.

 

De Babyloniers, daartegen, vreesde de vreselijke Lilith, een bloedzuigend bovennatuurlijk wezen, dat eveneens voornamelijk kleine kinderen en baby's leegzoog. Volgens Hebreeuwse (joodse) legenden was Lilith de eerste vrouw van Adam. Zij verliet Adam en werd de koningin van demonen.

 

De Assyriers konden met de “Ekimmu” goed opschieten, de geest van een overledene, een rondzwervende ziel zonder rust, die zijn slachtoffers in stukken scheurde, meer dan vijfduizend jaar geleden.

 

De vampier is eeuwen oud. Hoe oud precies is niet na te gaan.
Afbeeldingen van bloedzuigende wezens zijn al gevonden op vierduizend jaar oude stukken aardewerk, die opgegraven werden in Perzië (het huidige Iran) en Babylonie.

 

Griekse bloedzuigers met vleugels waren de striges, vrouwen met een kraaienlichaam. Zij waren een soort vampierheksen en dronken het bloed van pasgeboren kinderen. Volwassen mannen werden in hun slaap verrast door de striges, die alle energie uit hen zogen. Ook hadden de oude Grieken al meer dan tweeduizend jaar geleden problemen met bloedzuigende godinnen. De lamia was een vreselijke vrouwelijke demon met vleugels, die kinderen verscheurde en leegzoog. Bloeddrinkende geesten worden al beschreven in de Odyssee van Homerus, een boek uit de achtste of negende eeuw voor Christus. Odysseus, de Griekse held, offert schapen en vangt hun bloed op om daarmee geesten van doden op te roepen.

 

Lees verder in het E_Boek, “De Atazoth Vampieren Tempel Codex” :

E_Boek

 

 

Psychic Vampirism in Short

 

A Psychic Vampire is a person who takes or “drains” the human energy. In an ideal world and situation, there would always be an equal give and take of energy; however, this is not always the case. Those we call psychic vampires are not necessarily bad people. Most psychic vampires do not consciously realize they are doing it. When a psychic vampire takes our energy it results in a temporary surge of energy for the psychic vampire and a serious loss of mental and physical energy for the unsuspecting prey. If you suddenly feel emotionally or mentally depleted, you may be under attack by a psychic vampire. The unfortunate effects of prolonged energy loss are damage to the energy system itself and in some instances, serious illness. For such an achievement one should be a very advanced Psychic Vampire.

 

Feeding on the energy of another person is a basic explanation of being a psychic vampire, however there are actions and events that can be psychic vampirism on a bigger or ongoing scale. Forms of psychic vampirism can include harbouring ill thoughts towards someone, exploitation of a lover or friend, spreading malicious rumours, ruining a reputation, or betraying a trusted friend.

 

On a much broader scale, psychic vampirism can occur in a vicious, collective form as sometimes seen among organizations that feed on prejudice and hate, or corporations that blatantly vampirise their employees through deception and greed. Narcotics trafficking, organized crime, and so-called "ethnic cleansing" along with discrimination based on age, race, gender, or sexual orientation are examples of collective psychic vampirism on an alarming scale. In its most widespread collective form, psychic vampirism can exist at a global level. Reckless pollution of the environment, irresponsible disregard for endangered species, and exploitation of the globe's natural resources are examples of global vampirism that affects everyone and literally puts the future of the planet at risk.

 

Finally, it may seem hard to fathom, but psychic vampirism can occur in a self-contained, parasitic form that turns inward to feed upon oneself. In that internal form, the person ironically becomes both vampire and victim. Examples are of this are phobias, obsessions, and compulsions that can hover over us like monsters waiting to devour us.

 

Most of the time these cases of self-contained vampirism are caused by a past-life experience (and sometimes a childhood or prior experience in this lifetime that we may have blocked out or not associated with the fear). Usually these phobias, obsessions, etc can be “cured” by discovering what that event was that is triggering this fear. This is why past-life regressions are so healing and helpful. They say “the truth shall set you free” and in many cases that is all it takes, just the new knowledge of what happened and realizing where the fear stemmed from. Most people are afraid of the unknown and once it becomes known, enlightenment occurs and the fear vanishes.

 

The Goddess Kali, the Mistress of Vampires Kali most often depicted with four arms, wielding weapons and severed limbs, and with black skin. She wears a necklace constructed of human skulls. A skirt of human limbs from those she has destroyed, hangs around her waist. Her long black tongue hangs out of her mouth, dripping with blood. She’s usually carrying a severed head in one of her four hands in icons of the goddess.

 

Some myths of Hinduism say that the Goddess was born out of another Goddess; Durga. Kali was said to have sprung out of Durga’s forehead in a moment of crisis, to help Durga defeat the demons of this world. Some Hindus believe that Kali has existed from the beginning of time. Further reading as hereunder.

 

 

 

The Goddess Kali Mantra for Vampires

 

The Vampire in Transformation

 

 

Vampiric Personal Magnetism Development 

 

 

The Risen Undead Gods 

 

 

Lilith Goddess and Queen of Demons

 

 

Vampiric Psychic Handbook

 

 

 The Hagur Vampire Tarot

 

 

Vampire Temple of Atazoth Information

 

 

Hindu Deities and Sexual Freedom

 

in Psychic Vampirism 

 


 

Goddess Kali Mantra for Vampires and Dance

 


 

 

Sex and Relationships in Psychic Vampirism along Hinduism

 

dark_forces_words_rituals.jpg

 

Dark Forces Word (1999)

Revised and Augmented February 2013 

 

Example of an Investiture to Knighthood in St.Michael Church, Ghent, Flanders, Belgium (this is not OSFAR+C)


 

 

 

 

22:23 Gepost door Filcos | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | |  Print |

13-12-12

2012 Review on the Gita Society of Belgium

 

 

2012 Review on the Gita Society of Belgium

 

Gita_society.jpg

 

“2012” was for us at the Gita Satsang a real success on Facebook, we were able to receive a large number of friends in our midst, mostly from India. Together we are deeply aware of the importance of practicing meditation as well as spirituality more than religion.

 

It is only through meditation and spirituality that we can get lasting peace, first of all peace of mind more than traditional Western religion ever offers. We aim the bestowal of “Divine Grace” through meditation and sound spirituality. Spirituality cannot be achieved by pulling or pushing. We cannot pull down spiritual light by hook or by crook. When it comes down on its own, only on the strength of our willingness to achieve something, we will be able to receive the benefits of it. At the other hand, if we try to pull the light beyond our capacity of receptivity, we will break. How do we receive this light from above? How do we expand our consciousness so that our receptivity will increase? The answer is meditation, firstly as presented in the Bhagavad Gita, found in three languages in this blog, together with the “accessories” needed for a valuable study of the book, and proper meditation.

 

Meditation does not mean just sitting quietly for five or ten minutes. Like everything in life if we want to achieve something, it requires conscious effort. The mind has to be made calm and quiet; and, at the same time, it has to be vigilant so as to allow any distracting thoughts or desires to enter. When we can make the mind calm and quiet, we will feel that a new creation is dawning inside us. When the mind is vacant and tranquil and we become an empty vessel, our inner being can invoke infinite peace, light and bliss to enter into the vessel and fill it.

 

Meditation is a help to answer the question as stated by Bhagavan Sri Ramana Maharshi, “Whom Am I?” (Nan Yar?).  "Who am I?" is the title given to a set of questions and answers bearing on Self-enquiry.

 

Along with Vicharasangraham (Self-Enquiry), Nan Yar (Who am I?) constitutes the first set of instructions in the Master's own words. These two are the only prose pieces among Bhagavan's Works. They clearly set forth the central teaching that the direct path to liberation is Self-enquiry. The particular mode in which the enquiry is to be made is lucidly set forth in Nan Yar. The mind consists of thoughts. The 'I' thought is the first to arise in the mind. When the enquiry ' Who am I?' is persistently pursued, all other thoughts get destroyed, and finally the 'I' thought itself vanishes leaving the supreme non-dual Self alone. The false identification of the Self with the phenomena of non-self such as the body and mind thus ends, and there is illumination, Sakshatkara. The process of enquiry of course, is not an easy one. As one enquires 'Who am I?', other thoughts will arise; but as these arise, one should not yield to them by following them , on the contrary, one should ask 'To whom do they arise ?' In order to do this, one has to be extremely vigilant. Through constant enquiry one should make the mind stay in its source, without allowing it to wander away and get lost in the mazes of thought created by itself. All other disciplines such as breath-control and meditation on the forms of God should be regarded as auxiliary practices. They are useful in so far as they help the mind to become quiescent and one-pointed.

 

For the mind that has gained skill in concentration, Self-enquiry becomes comparatively easy. It is by ceaseless enquiry that the thoughts are destroyed and the Self realized - the plenary Reality in which there is not even the 'I' thought, the experience which is referred to as "Silence".

 

Together, we continue in 2013, in answer to the question, “How can a person really find inner peace? On the practical level, do not expect anything from others on the physical plane. Do not expect anything from the world; only love the world and offer your capacity, your inner wealth from the “Higher Self Within”, and your joy. To complete your golden dream of peace, selflessly serve, and unconditionally love in selfless service.

 

© December 2012 – Philippe L. De Coster, B.Th., D.D., President of the Gita Society of Belgium (© 2001-2013).

 

 

 

Here follows the list of E-books (PDF’s) found on this blog:

 

The Bhagavad Gita in English

 

De Bhagavad Gita boven alle geloofswaarheden

 

De Veertig Verzen van de Bhagavad Gita voor meditatie

 

De Bhagavad Gita in het Nederlands

 

Gita Dhyanam en Mahatmya

 

La Gayatri Mantra

 

Petit Lexique Hindoue

 

Bhagavad Gita en Français

 

Sri Gita Calisa in Sanskrit (Forty Verses)

 

Self-help Sanskrit Grammar

 

Handbook on Lord Siva and His Worship

 

Shiva the Destroyer and the Restorer

 

Lord Shiva and Sexual Energy

 

Shiva Devotion and Meditation As It Is

 

Shri Shiva Chalisa Lyrics

 

The Gorakhbodh

 

Self Enquiry by Bhagavan Sri Ramana Maharshi

 

“Who Am I ?” (Nan Yar?)

 

The Maharshi Periodicals (1991-2002)

 

Cosmic Dance of the Lord Shiva

 

Some Great Rishis of India

 

Namaskara – The Science and Service of Blessing

 

Meditating on the picture of Bhagavan Sri Ramana Maharshi

 

The Sixty-Three Nayanmar (Periyapuranam)

 

The Maharshi – Years 2011-2012

 

 

On The Glory of the Siddhas 

Hymn in praise of Sri Bhagavan Ramana

 

 

The blog has a number of videos on everywhere, just check.

 

  E_book click hereunder

 

 First Followers of Bhagavan Sri Ramana Maharshi

Jung_Ramana_1.jpg

Click to E-book 

 

 


 

 

Short Treatise on Dreams

A Course on the Psychic Meaning of Dreams

 

 My very best wishes to each and everyone for 2013

Video (click hereunder)





Blessing _ 2013.jpg

 

Happy New Year 2013 Message on E_Book 

 

 

 Self_Enquiry Illustrated to Download Here

 

 

Extra Edition - Ancient Egypt Tradition

The Book of Dreaming

 

 

 

"Those Who Have Risen"

 

(1998)

(From the “Oral Shurpu Kishpu” Ancient Egypt Tradition,

And Goddess Kali Worship)

 

How to Perform your Rituals or Meditate

to Goddess Kali, Mistress of the Vampires

(A Chapter from a Manuscript in Preparation)

 

 

The Goddess Kali Mantra for Vampires

 

 

 

 

 

13:01 Gepost door Filcos | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | |  Print |

26-11-12

Gita Society of Belgium (Bhagavan Sri Ramana Maharshi)

Colour1.JPG

 

Bhagavan Sri Ramana Maharshi (1879-1950)started his spiritual journey after an inner experience which he described many times lately. He was just a young boy named Venkataraman and son of a lawyer from Tiruchuli. He met spontaneously with the fear of imminent bodily death and he discovered thus his inner Self. Then he felt attracted without any apparent reason by Arunachala and followed this attraction by quitting everything worldly in his life. Soon enough, he became the Maharshi.

 

Throughout the history of mankind spiritual world saviours have appeared on very rare occasions to exemplify the Highest Truth. Guiding followers by their conduct in every moment of their lives; Bhagavan Sri Ramana Maharshi was such a giant and saint. Unique for our time, He perfectly embodied the ultimate truth of Self-realisation, or complete absorption in the Supreme Itself.

 

Drawn from His home by the power of Arunachala at the age of sixteen, he remained at Its feet throughout the rest of His life and became known as the Sage of Arunachala.

 

He wrote very little, but is known to have translated and corrected a number of important works for the benefit of devotees. He preferred to communicate through the power of overwhelming Silence, a silence so deep and powerful that it stilled the minds of ardent seekers who were attracted to Him from all over the world.

 

Silence is preparation for the Supreme’s examination. Man comes to know the Supreme’s Hour only when he observes silence, only when he dives deep within. Sri Ramana Maharshi practised silence every moment of his life, and perfectly knew when the Supreme’s Hour was going to strike. Indeed, the victory that one achieves in the universe of silence is eternal.

 

Although preferring silence, He was always willing to answer the questions of sincere aspirants and never failed to guide them in the right direction. He always looked deep within, and just answered the questions.

 

His highest teaching of “Self-enquiry” (vichara) was understood in the infinite silence of his presence. Through this silence, countless numbers of devotees and visitors experienced the pure bliss of True Being. That same experience of perfect peace is still available to sincere souls who turn to him and practice his teachings with devotion.

 

In the silence, the liberation of the will follows on the liberation in knowledge and is its dynamic consequence; it is the knowledge that purifies, it is the truth that liberates: evil is the fruit of spiritual ignorance and it will disappear only by the growth of a spiritual consciousness and the light of spiritual knowledge. This is the first step to self-realisation, to enthrone the Higher Self Within (the Soul), the divine psychic individual in the place of the ego. The next step is to become aware of the eternal self in each of us, unborn and one with the self of all beings.

 

The act of silence and perfect grace can be experienced anywhere, but it is especially palpable at the foot of the holy Arunachala Hill, a hill that has attracted saints and sages for thousands of years. The Maharshi's teaching of “Self-enquiry” (Pure Advaita) is simplicity itself, requiring no outward formalities, no outer change of life, only a simple change in “point of view” and a sustained effort on the part of the seeker and devotee. The goal is no heaven or hell after death or a faraway ideal, but rather the removal of the ignorance that prevents us from knowing that we are eternally One with our Source, the Supreme Self, or the Absolute. It is an experience that happens NOW! All that is required is a sincere effort, which earns us the necessary grace.

 

On his deathbed the Maharshi told his grieving devotees, "You say I am going away, but where can I go? I am always here. You give too much importance to the body." His promise of a “continued presence” is daily being experienced by numerous devotees around the world, and it is that experience of “continued presence” that has inspired many to devote themselves to the path of peace and love.

 

 

The Sage of Arunachala

 

http://vimeo.com/album/1560868/video/20950775

 

The Essential Teachings of Bhagavan Ramana Maharshi

 

http://vimeo.com/album/1560868/video/20976553

 

Reminiscences

 

By Rajapalayam Ramani Ammal

 

Guru Ramana – His Living Presence

 

http://vimeo.com/22104190

 

All complete DVD's to be viewed here, or downloaded at Vimeo without subscription, and free of charge. 

2460011629_984b7a3f3a.jpg

Bhagavan Sri Ramana Maharshi at 21 years of age 

 

Maharshi19.JPG

Bhagavan Sri Ramana Maharshi at 42 years of age

 

Maharshi18.JPG

 

Colour18.JPG

c_nh_01.jpg

 

Colour9.JPG

 

322325126.jpg

The Portrait of Bhagavan Sri Ramana Maharshi for Meditatio

Click Hereunder

Meditating on the Picture of

Bhagavan Sri Ramana Maharshi 

c_cav_40.jpg

 

 

c_jh_007.jpg

 

c_jh_019.jpg


ramana_satsang_1_bewerkt-1.jpg

 

Ramana_30.jpg


“Who Am I?” (Nan Yar?)

 

You are the one sowing a seed. After some time, weeks or months depending it germinates. It grows and grows, and maybe it grows in a huge tree. It is the same in the spiritual life; you may have sown the seed today, while you may not see the results immediately, though some results are already present.  It takes time, as also spiritual development takes time.

 

You have to start with intend, faith and courage (perseverance), sincerity, genuineness, and above all great faith in yourself that you can make the achievement.

 

You have to pray and meditate, before you will feel “Who Am I”, the divinity within you. If you cannot possibly feel it right away, do not quite, nor be sad or discouraged. Everything takes time, also inner growth and awareness of your true state.

 

Persevere in prayer and meditation and through your goodwill and faith, your real state (Who Am I?, the Self, your real Self, Higher Self, Soul the way you know it best) will one day emerge large in your life. If you do not have higher experience or realisations in your spiritual endeavours right now or within days or weeks, never give up. Right now, at this very moment, if you do not feel anything in the very depth of your heart, as a radical change, do not give up. It takes time to acquire free access to the inner world, but bit by bit you will see that your inner life first is flooded with light and supreme delight. Refer to Bhagavan Sri Ramana Maharshi’s teaching, and you will be greatly assisted.

 

© Philippe L. De Coster, B.Th.,D.D., Gita Satsang, Ghent, Belgium (Non-commercial video, for Satsang purposes only).

 


 

“Who Am I?” (Nan Yar?) E_Book

 

Bhagavan Sri Ramana Maharshi Life-Time Line on Video

First Part - Place of Birth

 


 

Arunachala, Abode of Lord Shiva and Guru Ramana


 

 Unique Sanctity of Arunachala

 

 

In India there are countless holy places (kshetras) that are sacred to Lord Shiva or to some other name and form of God, and many of them are more well-known and popular than Arunachala. Yet there is a verse in the Arunachala Mahatmyam, which has been selected and translated into Tamil by Sri Bhagavan, that says:

 

Arunachala is truly the holy place. Of all holy places it is the most sacred! Know that it is the heart of the world. It is truly Shiva himself! It is his heart-abode, a secret kshetra. In that place the Lord ever abides the hill of light named Arunachala.

 

Whenever Sri Bhagavan asked about the special sanctity of Arunachala, he used to explain that other holy places such as Kailas, Kasi and Chidambaram are sacred because they are the abodes of Lord Shiva whereas Arunachala is Lord Shiva himself However, as the above verse of Arunachala Mahatmyam says, Arunachala is a secret kshetra. Because it is this place that bestows jnana and because most people have so many other desires and do not truly want jnana, Arunachala has always remained comparatively little known. But to those few who seek jnana, Arunachala always makes itself known through some means or other.

 

The unique sanctity and power of Arunachala-kshetra was once confirmed by an incident that happened in the life of Sri Bhagavan. Because of his great love for Sri Bhagavan, a certain devotee wanted to take him to his native place, Chidambaram. But rather than directly ask Sri Bhagavan to come to Chidambaram, he began to ask him if he had ever been to see Lord Nataraja in Chidambaram Temple. When Sri Bhagavan replied that he had not, the devotee began to describe the greatness of Chidambaram, saying that it was the most sacred Shiva-kshetra in South India, that so many saints and sages had lived there and had sung in praise of Lord Nataraja, and so on and so forth. Sri Bhagavan listened to all he said with patient interest, but showed no signs of wanting to visit Chidambaram.

 

 

Seeing this, the devotee at last said, 'Chidambaram is even greater than Arunachala, because among the panchabuta lingams [the lingams representing the five elements] Chidambaram is the space-lingam while Arunachala is only the fire-lingam. Since the four elements, earth, water, air and fire, finally have to merge in space, space is the principal element.'

 

Hearing this, Sri Bhagavan smiled and said, 'All the five elements come into existence only when Sakti seemingly forsakes her identify with Lord Shiva, the Supreme Self (Paramatman). Since the five elements are thus only the creations of Sakti, she is superior to all of them. Therefore, more important than the place where the elements merge, is the place where Sakti herself merges. Because Sakti is dancing in Chidambaram, Lord Shiva has to dance before her and thereby make her become motionless. But in Arunachala Lord Shiva remains ever motionless (achala), and hence Sakti automatically and effortlessly merges in him through great love. Therefore, Arunachala shines as the foremost and most powerful kshetra, because here Sakti, who has seemingly created all this manifold appearance, herself merges into the Lord. So for those mature aspirants who seek to put an end to the false appearance of duality, the most powerful help is to be found only in Arunachala-kshetra.'

 

Subsequently, on 24th June 1928, Sri Bhagavan summarized this reply of his in the form of a verse, which later became the first verse of Sri Arunachala Navamanimalai. In this verse he says:

 

 Though he is truly motionless by nature, in the court [of Chidambaram] Lord Shiva dances before Sakti, thereby making her motionless. But know that [in Tiruvannamalai] Lord Arunachala shines triumphant, that Sakti having merged in his motionless form.

2_10.jpg

 

 

 

Here is some portions from one of the precious literature called “Periya Puranam”. If one wants to know what is devotion, what will be the actions and state of devotees, and want to dwell in the great nectar of love, the best place to go is “Periya Puranam”. If you want to feel the great heights that love for the Lord, who is the pure form of love, can take then read the “Periya Puranam” not just for the sake of reading, but by putting yourself in the state of the “Nayanar” whose life is described as you read. Feel it. Even for a person who never ever tasted the honey of devotion, it should give a great experience. If a person does not get “bhakthi” even after reading “Periya Puranam” you can say for sure that involvement was missing from his/her part.

 

The Sixty-Three Nayanmar on E_book here

 

 

sixty_three_saints.jpg


 

23:50 Gepost door Filcos | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook | |  Print |